Hierna volgt een uiteenzetting van de toolbar functionaliteiten in meer detail.

Voor elke gebruiker is er een specifieke configuratie voorzien die op zijn beurt loket-gebonden is. In deze configuratie staat een maximaal bereik gedefiniëerd. Het is niet toegelaten dat een gebruiker buiten dit maximale bereik gaat, maar met deze knop is het wel mogelijk om dit maximale kaartbereik te zien.

Met een klik op deze knop is het mogelijk om het centrum van de kaart uit te vergroten. U hoeft dus niet meer op de kaart te klikken.

Net het omgekeerde als de 'zoom in' functionaliteit. Met een druk op deze knop wordt een groter deel van de kaart in beeld gebracht. Net als bij het inzoomen, hoeft u dus niet meer op de kaart te klikken.

Zoomen naar selectie zorgt ervoor dat geselecteerde objecten exact binnen het kader van de kaart komen te liggen. Hier zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden. Ofwel moet er een laag op actief staan in de "kaartlagen"-tab aan de rechterkant, ofwel moet er een laag zijn geselecteerd onderaan in de "tabel"-tab. Indien er een laag actief staat, zal worden in- of uitgezoomt naar de geselecteerde objecten van die laag. Indien er binnen die laag geen geselecteerde objecten zijn, zal een foutboodschap verschijnen.
De tweede optie komt voor wanneer er geen actieve laag is. Dan wordt gekeken naar de geselecteerde laag in de "tabel"-tab. Het in- of uitzoomen gebeurt dan analoog aan de actieve laag.

In tegenstelling tot de vorige functies, is de zoom naar een rechthoek geen enkelvoudige knop. Het is eerder een toestand die wordt aan en uit gezet. Door eenmaal op deze knop te klikken, wordt een bepaalde modus geactiveerd waarmee de gebruiker een rechthoek kan teken op de map, door te klikken en te slepen. Nadat de gebruiker dan de muisknop loslaat, wordt ingezoomt naar de getekende rechthoek. De gebruiker kan dit nu blijven doen tot de modus terug wordt uitgeschakeld. Dit gebeurt door terug in de toolbar opde "zoom naar rechthoek" knop te klikken.

Net als het zoomen naar een rechthoek, is ook het pannen een modus die aan en uit wordt gezet. Door deze modus te activeren, kan de gebruiker rondbewegen op de kaart door te klikken en te slepen. Op het moment dat de gebruiker de muisknop loslaat, wordt de kaart opnieuw getekend voor het nieuwe kaartbereik.

Het activeren van de meetlat laat de gebruiker toe om afstanden te meten op de kaart. Net als voorgaande functionaliteit is het ook een modus die aan en uit wordt gezet. Met deze meetlat is het mogelijk om de totale lengte van meerdere lijnstukken op te tellen. Het meten gebeurt namelijk door meerdere keren te klikken op de map. Per klik wordt er een extra lijnstuk toegevoegd, tot de gebruiker uiteindelijk dubbelklikt. Op dat moment wordt de totale lengte van alle getrokken lijnstukken weergegeven (in meter).

Terug een enkelvoudige knop. Met één klik op deze knop worden alle objecten in de kaart en/of "tabel"-tab gedeselecteerd. Moest er bovendien ook een object zijn weergegeven in de "detail"-tab zal dat daar ook verdwijnen.

Elke keer de camera van plaats veranderd, of dus elke kaar een verandering in het kaartbereik optreedt, wordt deze bijgehouden in een lijst. Met een simpele klik op deze knop, kan je terug naar het vorige kaartbereik gaan. Dit kan dus meerdere keren na elkaar worden gedaan.

Het omgekeerde van de vorige functionaliteit. Als de gebruiker één of meerdere keren op "vorig kaartbereik" heeft geklikt, is het via deze knop terug mogelijk om weer naar de volgende kaartbereiken te gaan.

Deze knop opent simpelweg de "bookmarks"-tab onderaan het scherm. Hetzelfde effect kan natuurlijk bekomen worden door gewoon rechtstreeks op deze tab te klikken.

Met deze knop is het mogelijk om een bookmark toe te voegen aan de lijst. Hiervoor wordt het huidige kaartbereik genomen, en wordt ook een naam van de gebruiker verwacht waaronder de bookmark opgeslaan kan worden.

Dit is een iets gevoeligere functionaliteit. Met een druk op deze knop kunnen alle objecten van de actieve laag, waarvoor de gebruiker rechten heeft worden geëxporteerd. Nu is het zo dat deze functionaliteit voor individuele lagen kan worden uitgeschakeld in de configuratie van een geoloket, en dus voor vele lagen zal dit ook effectief zo zijn.

Het exporteren van geselecteerde object vereist natuurlijk dat er effectief een selectie is. Maar indien er objecten zouden geselecteerd zijn uit meerdere lagen, moet de gebruiker eerst nog een keuze maken, welke nu juist de objecten zijn die hij of zij wenst te exporteren. Vervolgens komt het zowiezo obligatoire scherm voor het kiezen van het export-formaat.



Met deze knop is het mogelijk om een afbeelding te genereren van het huidige kaartbereik. Extra zaken als labels en selectie worden mee afgebeeld. En net als bij de vorige knop, wordt ook nu weer een formaat gevraagd aan de gebruiker om de afbeelding in te exporteren.


Deze functionaliteit is analoog aan de vorige met dat verschil dat er een heuse template wordt gemaakt van het huidige kaartbereik. Hiervoor wordt nog extra input van de gebruiker verwacht, die dan de mogelijkheid krijgt om bijvoorbeeld een titel en dergelijke toe te voegen een de afbeelding.

Nadat de print informatie is ingevult, kan de gebruiker op "next" klikken. Nu moet de gebruiker een template kiezen. Deze templates zijn op voorhand gedefiniëerd, en bepalen het uiteindelijke uitzicht van de afbeelding.


Het aanmaken van een rapport is zeer analoog aan het exporteren van geselecteerde objecten. Een rapport is namelijk een soort van print template van geselecteerde objecten. Net als bij het exporteren van geselecteerde objecten, is het dus noodzakelijk dat er effectief objecten zijn geselecteerd. Indien selectie in meerdere lagen voorkomt, wordt opnieuw een keuze gevraagd aan de gebruiker naar de lagen.

Vervolgens moet de gebruiker, net zoals bij de print templates, nu een rapport template kiezen. Standaard zitten er 2 templates in GeGIS; één met en één zonder een map op een extra pagina.

Als laatste stap dient de gebruiker opnieuw het export-formaat te bepalen.


Om de attributen van een object te wijzigen dient de gebruiker eerst exact één object te hebben geselecteerd. Als dit het geval is, verschijnt een popup waarin de gebruiker vervolgens de kans krijgt om een reeks attributen aan te passen. Door onderaan in de popup op "ok" te klikken worden de wijzigingen opgeslaan. Druk op "cancel" om af te breken.

Net als bij het wijzigen van attributen is het wijzigen van de geometrie van toepassing op één object. Hiervoor moet dus terug een object worden geselecteerd vooraleer deze functionaliteit wordt ingeschakeld. Vanaf dan wordt de standaard geGIS tekenroutine gestart. Deze tekenroutine wordt later besproken.

Voor het verwijderen van een plan wordt opnieuw hetzelfde principe gehanteerd. Er moet exact één plan zijn geselecteerd vooraleer deze functionaliteit kan worden geactiveerd. Dan wordt nog eens om bevestiging gevraagd, en pas dan wordt een plan effectief als verwijderd gemarkeerd.