Stap 12: Eigen applicatie

<- Stap 11: Eigen data                      Stap 13: User config ->

 

Nu is het tijd om een nieuwe applicatie aan te maken die gebruik maakt van de nieuwe feature type. Om dit te kunnen doen, moeten een aantal zaken gebeuren. Eerst en vooral moet er een nieuwe applicatie-configuratie worden aangemaakt. Ga hiervoor naar de gegis directory (standaard onder “C:\Program Files\Apache Software Foundation\Tomcat 5.5\webapps\"), meer specifiek onder "/data/ggis/applications/". Dit is waar we in stap10 de demo-applicatie hebben ge-unzipped. Deze keer is het de beurt aan het "new-app.zip" bestand. Unzip het in de huidige directory naast "hello" en "demo". Er zal nu een nieuwe directory "new-app" verschijnen, zoals op onderstaande afbeelding.

 

 

Tijd om een naam te kiezen voor de nieuwe applicatie. In deze handleiding wordt als naam "test" gekozen. Hernoem nu de "new-app" directory naar "test". Ga vervolgens naar de configuratie tool, en kies in het menu voor "Applicaties".
Om te beginnen gaan we naar "Wijzig configuratie". Selecteer hiervoor de nieuwe applicatie (test), en druk op de knop. Er verschijnt nu een tekstveld met daarin de configuratie voor de nieuwe applicatie.

 

 

Deze configuratie is een applicatie met 1 laag. Vooraleer we deze aan de praat kunnen krijgen moeten hierin nog een aantal zaken worden veranderd:

  • url: Het element url heeft 2 attributen; "ref" en "value". Deze staan momenteel op "applicatie-naam". Verander deze naar de gekozen naam voor de applicatie. In ons voorbeeld: "test".
  • name: Het element name moet ook diezelfde waarden krijgen.
  • user: Momenteel is er voor deze applicatie 1 gebruiker gerechtigd: "gast". Hier kan je eventueel nog gebruikers aan toevoegen.

Dit waren de noodzakelijke attributen met betrekking tot de algemene configuratie van een applicatie. Nu is het de beurt aan de laag-definities. In ons voorbeeld is er slechts 1 laag, en hierin gaan we het feature type gebruiken die we in de vorige stap hebben aangemaakt.

  • layerName: Vul hier een naam in voor de laag.
  • layerType: Het laagtype is een getal dat aanduidt welk het geometrisch type is voor deze laag. Momenteel staat het op '4', wat wil zeggen dat we polygonen willen weergeven. Als dit niet correct is, pas het dan aan. (1=raster/wms, 2=punten, 3=lijnen, 4=polygonen).
  • featureType: Vervolgens vullen wde in welk feature type we hier willen gebruiker. Vul hier dus het feature type in dat we in de vorige stap hebben aangemaakt. Let er wel op dat de volledige naam moet worden ingevult (met namespace erbij), en dat deze naam hoofdlettergevoelig is.
  • snappingRules: Hier kunnen meerdere regels voor het snappen van punten worden gedefinieerd. Momenteel is er 1 regel gedefinieerd. De laag-naam verwijst naar welke laag de punten in deze laag moeten kunnen snappen. Vul hier gewoon de naam van deze laag in. (hoofdlettergevoelig!)
  • attributen: Vervolgens komen de "identifying"- en "viewable"-attributes. Voor elk attribuut dat we hier willen definiëren, is er een naam en een label vereist. De naam is de exacte naam van een attribuut zoals in een feature type gedefinieerd (via de feature types lijst kan je deze zien). De label is de naam zoals ze moet worden weergegeven aan de gebruiker. Momenteel is het zo dat er 1 "identifying"- en 1 "viewable" attribuut zijn geconfigureerd. Deze aantallen kan je altijd zelf bepalen.
  • labelConfig: Vul hier de naam van het attribuut in dat in de labels moet worden weergegeven. (naam, geen label! Is dus ook weer hoofdlettergevoelig)
  • styleDef: Momenteel is er voor deze laag 1 stijl gedefinieerd. Deze stijl wordt beschreven in css, in het element 'svgStyle'. Laat het ons bij deze ene stijl houden. Verander gewoon nog de naam van deze stijl, in hetgeen geschikt lijkt. (bijvoorbeeld "test-stijl"

Dit zijn de belangrijkste zaken. Controleer nogmaals of alles goed is ingevuld. De meeste velden zijn hoofdlettergevoelig, en een kleine typefout kan dus het verschil betekenen tussen een werkende en een niet-werkende applicatie!
Als alles naar wens is, klik dan op "Opslaan!".

Vooraleer we naar de volgende stap gaan, is het nog aangeraden om te testen of er niets verkeerd is verlopen bij het configureren. Klik hiervoor in de applicatie-pagina op "Controleer configuratie". Deze knop zal de vorm van de configuratie controleren, niet de inhoud. Maw als er een element ontbreekt, zal het je dat zeggen. Maar als je een attribuut hebt ingevult dat niet bestaat, zal het niet worden gedetecteerd.
Als er fouten worden gedetecteerd, lees dan heel aandachtig de foutboodschap! Als je na veel zoeken echt niet weet wat er fout is gelopen, kan het misschien aan te raden zijn om deze stap opnieuw te beginnen.

 

 

 

<- Stap 11: Eigen data                       Stap 13: User config ->